De problemen van de Rode Duivels
Louis Soetaert
22 aug 2022

Enkele maanden voor de start van het WK in Qatar werden de Rode Duivels in juni met de voeten op de grond gezet. Na de blamage tegen Nederland en het roemloos gelijkspel tegen Wales, lijkt er veel werk voor de boeg. Hoewel twee van de drie genomineerden voor de UEFA speler van het jaar uit ons land komen, speelt België voorlopig niet zoals een kanshebber voor de wereldtitel betaamt. In dit artikel onderzoeken we de problemen van onze nationale ploeg en hoe Martinez deze probeert of zou kunnen oplossen.
Onvoldoende druk van de aanvallers
Wanneer de tegenstander opbouwt, verdedigen de Belgen met 3 spelers in de voorste linie. Toch worden de verdedigers slechts zeer zelden onder druk gezet en nemen de aanvallers vaak inferieure posities in. Hoewel Martinez een groot aantal spelers hoog op het veld inzet, is er slechts zelden druk op de bal en worden de passlijnen naar het middenveld nauwelijks afgezet.
In het systeem van Martinez leidden deze drie aanvallers vaak tot een ondertal op het middenveld. Tegen Nederland kwam het middenveld Witsel - Vanaken tegen de driehoek De Jong - Berghuis – Klaassen een mannetje tekort. Aangezien de passlijn richting Frenkie De Jong niet afgeschermd werd, verliep de opbouw steevast via hem. Het Belgische middenveld vond geen antwoord op deze manier van spelen en werd compleet gedomineerd door de drie Nederlanders.
De combinatie van enerzijds zoveel spelers voorin te posteren en anderzijds ook veel tijd aan de bal te laten, vraagt om problemen. Martinez heeft twee opties om dit probleem te verhelpen: ofwel moet er meer en intenser druk gezet worden op de centrale verdedigers, waardoor ze de tijd niet hebben om een uitweg te vinden en zo een lange bal moeten trappen of de bal verliezen in een zeer gevaarlijke zone. Een andere oplossing bestaat eruit om één van de aanvallers een rijtje lager te laten uitzakken, waardoor het ondertal op het middenveld weggewerkt wordt.
De technische staf zag dit probleem ook in: tegen Polen werd de formatie aangepast. Martinez koos voor de tweede optie en gebruikte in verdedigend opzicht een 5-3-2 formatie, waarbij De Bruyne mee op het middenveld kwam in verdedigende situaties. In Polen werd Eden Hazard iets lager gebruikt om de verdedigende middenvelder, Linetty, te verhinderen een belangrijke rol te spelen in de opbouw. Deze aanpak wierp zijn vruchten af: waar De Jong nog goed was voor 80 passes tegen België, kwam Linetty slechts tot 23 passes.
Vanaken misbruikt
Bij de Rode Duivels wordt Vanaken meestal als één van de verdedigende middenvelders gebruikt. In de positie naast Witsel komen vooral zijn zwakke plekken tot uiting. Bij het verzorgen van de opbouw vervalt Vanaken vooral in zijwaartse passes. Bovendien is Vanaken verdedigend kwetsbaar en verlaat hij zijn positie voor de verdediging vaak, waardoor Witsel alleen komt te staan op het middenveld.
Voor de positie naast Witsel is Tielemans veel geschikter. Hij is een meester in het doordraaien wanneer hij aangespeeld wordt door de verdedigers, waarna hij met een splijtende pass de linies van de tegenstander kan doorbreken. Bovendien beschikt hij over een zeer goed afstandsschot. Net zoals bij Leicester, waar hij naast Ndidi speelt, is Tielemans gewend om samen met een sterke, krachtige middenvelder mee het verdedigende werk op te knappen.
Waar in de positie naast Witsel vooral Vanakens zwaktes blootgelegd worden, komen op de positie die De Bruyne normaal bekleed, iets hoger op het veld, zijn sterktes naar boven: kansen creëren rond de 16 meter met steekpasses en assists en mee in de 16 komen om met zijn kopkracht voor gevaar te zorgen.

Trage, onwendbare spelers in hoge verdedigende linie
De Gouden Generatie Belgische verdedigers loopt op zijn einde. Van Buyten, Vermaelen, Lombaerts en Kopmany zijn al op pensioen, terwijl de snelheid en wendbaarheid van Vertonghen en Alderweireld afbot. Ook de andere Belgische centrale verdedigers - Dendoncker, Bornauw, Boyata, Theate, Faes, Mechele, Witsel – zijn veeleer stevig en kopbalsterk dan vlug of wendbaar.
Toch kiest België voor een hoge verdedigende linie. Door de eerder vermelde hoge maar lakse druk van de aanvallers, ontstaat er veel ruimte zowel voor als achter de verdedigende linie. Tegen Nederland moesten Vanaken en Witsel uitstappen richting Frenkie De Jong, aangezien hij de vrije man was in de opbouw. Hierdoor ontstond veel ruimte tussen de verdedigende linie en het middenveld, waar gretig gebruik van gemaakt werd door het viertal Berghuis, Klaassen, Bergwijn en Depay.

Vertonghen durft wel uitstappen wanneer nodig, maar is daardoor vaak kwetsbaar in zijn rug en stapt dikwijls te laat uit doordat hij twijfelt. Alderweireld daarentegen ontwijkt liever deze duels en stapt slechts zelden door richting de speler die vrij staat tussen de lijnen. Dit leidde tot de 0-1 van Bergwijn en in het verleden ook onder meer tot het cruciale doelpunt van Insigne in de kwartfinale van het EK 2020.
Net als Alderweireld is Van Dijk ook een verdediger die de duels liever mijdt. Dit blijkt uit het opvallend lage aantal defensieve duels en overtredingen, wat zowel bij Alderweireld als Van Dijk terug te vinden is. Het verschil is dat Van Dijk de meest centrale man is bij Nederland, geflankeerd door de vinnige Aké en Timber. Zij dekten steeds fel door op de Belgische aanvallers, terwijl Van Dijk zijn positie centraal in de verdedigende linie behield. De kleine Aké en Timber kregen om deze reden de voorkeur op grotere en sterkere maar minder mobiele spelers zoals De Ligt en De Vrij.
Martinez zag dit probleem in en gebruikte de statische Alderweireld in de volgende wedstrijd als meest centrale verdediger, geflankeerd door Dendoncker en Vertonghen. Zij kregen de opdracht om door te dekken wanneer een tegenstander vrij stond tussen de linies. Hierdoor had Polen moeite om op de helft van België in balbezit te blijven en tot grote kansen te komen. Ook Alderweireld kreeg de taak mee om Lewandowski te volgen wanneer hij in de bal komt, één van de grote kwaliteiten van de Poolse goalgetter. Zo’n situatie leidde uiteindelijk tot de 2-1 van De Bruyne.
Door de oude, immobiele verdedigers vertoont België ook kwetsbaarheid in de rug van de defensie. Vertonghen maakte vorig seizoen indruk in de CL-confrontatie met Ajax. Samen met Otamendi heerste hij over het zestienmetergebied, uitblinkend door hun duel- en kopkracht. Onder nieuwe trainer Schmidt wil Benfica met een hogere verdedigende linie spelen, waardoor de 21-jarige Morato in de basis kwam ten koste van Vertonghen. Intussen kijkt Vertonghen uit naar een andere club om toch met voldoende speelminuten richting het WK te kunnen trekken.
Witsel lijkt bij Atletico Madrid te gaan starten als centrale verdediger in een driemansdefensie. Toch is deze rol niet te vergelijken met dezelfde positie bij de Rode Duivels, aangezien Atletico in een laag en compact blok speelt. Misschien moet Martinez ook zo’n compacte en lage verdediging overwegen in Qatar, aangezien de beschikbare centrale verdedigers vooral duelkrachtig maar immobiel zijn. Tegen ploegen met veel diepgang en snelle aanvallers zoals Davies, Mbappé, Sterling, Vinicius, Gnabry,… zouden de Belgen anders in grote problemen kunnen komen.
Boyata voetballend onvoldoende
Tegen Nederland werd pijnlijk duidelijk dat Boyata onvoldoende begaafd is aan de bal. De aanvallers van Oranje, Bergwijn en Depay, verdedigden op Vertonghen en Alderweireld. De ploeg van Van Gaal liet Boyata vrij aan de bal terwijl een strikte mandekking gevolgd werd over de rest van het veld. Van Gaal wist namelijk dat Boyata geen oplossingen zou vinden en een veel slechtere passing heeft dan Vertonghen en Alderweireld. Boyata gaf vervolgens vooral breedtepasses naar Vertonghen en Alderweireld of korte passes naar Witsel of Vanaken. Boyata zocht nooit de oplossing hoger op het veld en heeft al zeker geen lange pass richting de wingbacks om het spel te verleggen in zijn arsenaal. Omdat België geen oplossingen vond in de opbouw, kwam De Bruyne de bal lager in de rechterhalf-space vragen in de tweede helft. Tot grote ontstentenis van De Bruyne had Boyata toch niet het overzicht om hem te vinden, wat onder andere leidde tot een pijnlijk tegendoelpunt van Depay.
De eerstvolgende wedstrijd koos Martinez voor Alderweireld als centrale man met Dendoncker naast hem. Zij zijn veel sterker en moediger in de passing dan Boyata. Zo beschikken ze beide over een goeie lange bal en zoeken ze steeds eerst de oplossing hogerop het veld. Ook Witsel is een optie centraal achterin. Ook al legt hij weinig risico in zijn passing, is Witsel technisch veel beter dan de meeste andere opties achterin. Indien één van de nieuwe jongens in de Premier League (Lavia, Onana, Mangala) de komende maanden indruk kan maken, trekt Martinez Witsel wellicht een rijtje achteruit. Voorts is het hopen op een geslaagde transfer voor Denayer, die sinds zijn opleiding in de JMG-academie zeker over voldoende kwaliteit aan de bal beschikt.
Opbouw te vaak via wingbacks
Afgelopen juni werd in alle vier de Nations League-wedstrijden zeer veel uitgevoetbald via de wingbacks. Dit is echter niet ideaal: wanneer een pass van de buitenste centrale verdediger naar de wingback van dezelfde flank gespeeld wordt, leidt dit vaak tot balverlies. Zeker wanneer de flankspeler vanuit een hoge positie richting de bal komt lopen, is het zeer moeilijk om oplossingen te vinden. In deze situatie ontvangt hij de bal met zijn rug naar doel, waardoor het zeer moeilijk is om vooruit te spelen. Bovendien zorgt de nabijheid van de zijlijn voor een halvering van het aantal afspeelopties.

Het is beter om via het centrum op te bouwen. In dat geval ontvangt de wingback de bal met een open vizier richting het speelveld. De dubbele pivot Tielemans-Witsel is echter makkelijk vast te zetten met een simpele mandekking, aangezien ze nagenoeg altijd in dezelfde zones opereren. Deze mandekking werd bij Nederland perfect uitgevoerd door Klaassen en Berghuis en bij Wales zakte Bale lager uit om de opbouw door het centrum te verhinderen. Hierdoor kon België in beide wedstrijden amper het laatste derde van het veld bereiken.
Op het EK vorig jaar werd het verschil in aanpak tussen Denemarken en België duidelijk. Hoewel ze beiden in hetzelfde systeem speelden (3-4-3), bouwde Denemarken vaker doorheen het centrum op. België werd door de Denen langs de flanken gedwongen, waardoor het niet uit de Deense greep raakte en gedomineerd werd. Na enkele individuele klasseflitsen van De Bruyne in de tweede helft behaalden de Rode Duivels toch nog een onverdiende overwinning. Op de passmaps is het verschil tussen de verschillende speelwijzen duidelijk: bij België vooral veel passes naar de wingbacks, bij Denemarken veel passes naar de centrale middenvelders.
Te weinig diepgang
Tegen Nederland had België veel moeite om kansen te creëren. Vooral na de wissel van Lukaku kwamen de Duivels nog amper tot aan het doel van Cilessen. De spelers voorin – De Bruyne, Hazard en Trossard – kwamen vooral in de bal. Aangezien geen enkele speler voor gevaar in de rug van de verdediging zorgde, konden onze noorderburen naar wellust doordekken zonder zich zorgen te hoeven maken over de grote ruimtes in hun rug. Ook in de andere wedstrijden waren er te weinig loopacties in de open ruimtes achter de verdediging.

Wegens verschillende redenen stonden de spelers die normaal voor diepgang kunnen zorgen - Lukaku, Mertens, Doku, Carrasco, Batshuayi,… - niet op het veld tegen Nederland. In de andere wedstrijden werd bij momenten tot grote kansen gekomen door snelle diepgang. Dit gebeurde echter te weinig waardoor De Bruyne zijn grootste kwaliteit, zijn splijtende passing, niet kon tentoonspreiden. Bij City bewijst Haaland nochtans dat je met snelheid, diepgang en een aangever à la De Bruyne zeer gevaarlijk kan zijn.
Met nog slechts enkele trainingsdagen tot het WK in Qatar lijkt het onwaarschijnlijk dat Martinez de speelwijze fundamenteel gaat veranderen. Hij toonde op het vorige WK wel dat hij met tactische alternatieven durft komen op cruciale momenten, zoals bij de wedstrijden tegen Brazilië en Frankrijk.
Na het wereldkampioenschap zal er alleszins een nieuwe wind door de Belgische selectie waaien. Enkele jonge en toekomstige Duivels maakten interessante transfers – De Ketelaere, Theate, Mangala, Lavia, Onana – terwijl anderen klaar staan om de huidige generatie op te volgen – Doku, Matazo, Bornauw, Verschaeren, Bakayoko, Vertessen, De Winter, Mbamba, El Khanouss, Debast, Faes, Vranckx, Stroeykens, …
Zoals de oefenwedstrijd tegen Nederland 10 jaar geleden het begin van de Gouden Generatie betekende, zou deze nederlaag, in hetzelfde stadion met dezelfde tegenstander, wel eens het einde ingeluid kunnen hebben. Het is aan bovengenoemde jongens om de Gouden Generatie 2.0 te worden en zo het enthousiasme rond de Belgische nationale ploeg opnieuw op te krikken.